Pijpfitter - functiebeschrijving

1.        Plaats in de organisatie.

De Pijpenbewerker is werkzaam binnen de afdeling WI/Pijpenbewerken. Hij werkt onder leiding van een projectbaas Pijpenbewerken. Hij stuurt (instrueren en corrigeren) minder ervaren collega's aan in de uitvoering van het werk.

2.        Doel van de functie.

Maken, repareren, vernieuwen en (de)monteren van pijpleidingen.

3.        Taken.

Zelfstandig uitvoeren van alle voorkomende werkzaamheden binnen het vakgebied van pijpenbewerken.

  • In de afdeling pijpenbewerken worden pijpleidingen(systemen) gemaakt voor koel-, water-, olie-, gas- en stoomturbines, compressorinstallaties, en dergelijke.
  • Er worden uiteenlopende materiaalsoorten en diameters verwerkt.
  • Aan de hand van tekeningen, instructies en aanvullende gegevens vanuit de werkvoorbereiding oriënteren op de uit te voeren werkzaamheden.
  • Het opnemen van werkzaamheden aan boord van het project en uitwerken hiervan in isometrische schetsen.
  • Het buiten gebruik stellen van systemen en verwijderen van te repareren leidingen op zodanige wijze dat minimaal verlies aan materiaal en tijd ontstaat.
  • Kiezen van de meest doelmatige werkwijze en de daarbij te gebruiken materialen, gereedschappen en hulpmiddelen.
  • Bepalen van pijplengtes, op lengte zagen, voorbewerken van lasnaden, buigen, hechten van flenzen, samenstellen en hechten van pijpdelen.
  • Aanbrengen van nieuwe pijpleidingen aan boord en testen en in gebruik stellen van de systemen.
  • Rapportage van de gecertificeerde materialen aan de werkvoorbereiding.
  • Leidinggeven aan enkele toegevoegde collega's die werkzaam zijn als pijpenbewerker E,D en/of C. Het leidinggeven heeft betrekking op het geven van instructies en aanwijzingen over de uitvoering van het werk.
  • Het regelen van het benodigde equipement.
  • Het hanteren van de benodigde werkvergunningen en kwaliteitsprocedures; informeren van zijn collega's en toezien op de naleving hiervan.

 4.        Neventaken.

 Het verlenen van assistentie aan andere vakgroepen en afdelingen binnen het bedrijf.

 5.        Gehanteerde voorschriften.

  • Keppel Verolme Bedrijfsvoorschriften en Gedragsregels.
  • Te hanteren procedures uit het kwaliteitsmanagementsysteem Keppel Verolme (ISO 9001:2000).
  • Regelgeving classificatiebureaus.
  • Technische specificaties van projectbureau, klant en/of leverancier.

 6.        Technische hulpmiddelen.

  • Diverse hand- en machinegereedschappen ( zoals: boormachines, buig- en snijapparatuur, ed.).
  • Personal computer, terminal, portofoon.
  • Hoogwerker.

 7.        Interne contacten.

 Er zijn contacten met:

  • Leidinggevende(n) over de voortgang van het werk en zich voordoende problemen.
  • Collega's over afstemming van de werkzaamheden.
  • Medewerkers van magazijn en transportdienst voor aanvoer en vervoer van materialen.
  • Veiligheidsfunctionarissen over de veiligheid op de werkplek.
  • QA/QC engineers over de toe te passen kwaliteitsprocedures en de resultaten.

 8.        Externe contacten.

 Geen.

 9.        Opleidingseisen.

  • LTS/VBO.
  • Bemetel/SOM opleiding.
  • Isometrisch schetsen.
  • VVA1.
  • Hoogwerkerscertificaat.

 10.    Ervaringseisen.

 Grote ervaring met betrekking tot:

  • Lezen van tekeningen van complexe pijpleidingsystemen.
  • Berekenen van pijplengtes en maken van uitslagen.
  • Samenstelling en opbouwwijze van de voorkomende pijpleidingsystemen.
  • Meet- en stelgereedschap en te hanteren (internationale) normen.
  • Warmtebehandeling voor het buigen en richten van pijpstukken.
  • Toepassing van het kwaliteitssysteem en het veiligheidsbeleid.
  • Maken van isometrische schetsen.

 11.    Verantwoordelijkheden en bevoegdheden m.b.t. Kwaliteit en Veiligheid.

Het is de verantwoordelijkheid van iedere medewerker om zich te houden aan de verplichtingen en regelgeving. In het kort komt dit neer op:

  • Het in acht nemen van de nodige voorzichtigheid en zorgvuldigheid.
  • Het actief volgen van voorlichting en het bijwonen van toolboxmeetings.
  • Het op de juiste wijze gebruiken van de productiemiddelen, hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Het niet buiten werking stellen van beveiligingen.
  • Het direct melden van (mogelijke) gevaren en storingen.

 Iedere medewerker is verantwoordelijk voor en bevoegd tot:

  • Veilig werken.
  • Werken volgens de geldende wet- en regelgeving, procedures en instructies.
  • Melding van tekortkomingen/afwijkingen aan de direct leidinggevende.
  • Meewerken aan goed (werk-)overleg.
Solliciteer nu!